De gedichten van de Vietnamese boedhistische monnik, vredesactivist, en schrijver Thich Nhat Hanh zijn een bron van schoonheid en wijsheid, inspiratie en rust.

Na een lange meditatie schreef Thich Nhat Hanh het volgende gedicht. Er komen drie mensen in voor: een twaalfjarige meisje, een piraat en hijzelf. Kunnen we elkaar aankijken en onszelf in elkaar herkennen?

 

Noem me alsjeblieft bij mijn ware namen

 

Zeg niet dat ik morgen zal vertrekken,
want zelfs vandaag kom ik voortdurend aan.
Kijk goed: ik arriveer elke seconde
als een knop aan een lentetak,
als een jong vogeltje met tere vleugels,
dat leert zingen in zijn nieuwe nest,
als een rups in het hart van een bloem,
als een juweel verborgen in een steen.

Ik blijf komen om te lachen en te huilen,
te vrezen en te hopen.
Het kloppen van mijn hart is de geboorte en de
dood van al wat leeft.

Ik ben het eendagsvliegje dat zich aan het oppervlak van de rivier ontpopt
en ik ben de vogel die, als de lente komt, precies op tijd is
om het vliegje op te eten.

Ik ben de kikker die vrolijk rondzwemt in het heldere water van
de vijver en ik ben de ringslang die onhoorbaar nadert en zich
met de kikker voedt.

Ik ben het kind in Oeganda, vel over been,
mijn benen zo dun als bamboestokjes
en ik ben de wapenhandelaar
die moordwapens aan Oeganda verkoopt.

Ik ben het twaalfjarige meisje,
vluchteling op een klein bootje,
dat zich in zee werpt,
nadat ze verkracht is door een zeepiraat.
En ik ben de zeepiraat, mijn hart nog niet in staat tot
begrijpen en liefhebben.

Ik ben een lid van het Politbureau,
met onbeperkte macht in mijn handen.
En ik ben de man die,
langzaam stervend in een heropvoedingskamp,
zijn ‘bloedschuld’ aan zijn volk moet betalen.

Mijn vreugde is als de lente, zo warm
dat zij bloemen doet bloeien langs alle paden van het leven.
Mijn pijn is als een rivier van tranen, zo vol
dat zij de vier oceanen vult.

Alsjeblieft, noem me bij mijn ware namen
zodat ik al mijn huilen en lachten tegelijk kan horen,
zodat ik kan zien dat mijn vreugde en pijn één zijn.

Alsjeblieft, noem me bij mijn ware namen,
zodat ik kan ontwaken
en de deur van mijn hart open kan blijven,
de deur van mededogen.

 

Gedicht van Thich Nhat Hanh.

 

Soortgelijke artikelen:
Ga naar poëzie